Geschiedenis

Friedrich Jürgenson

Friedrich Jürgenson, geboren op 8 februari 1903, was de zoon van een Deense praktiserend arts en een Zweedse moeder en woonde in Odessa. Zijn ouders kwamen uit de omgeving van de Zwarte Zee bij Estland. Na de Eerste Wereldoorlog en de Februari-revolutie van 1917 studeerde Jürgenson schilderkunst aan de kunstacademie van Odessa en zang en muziek aan het conservatorium van Odessa. In 1925 ging de familie terug naar Estland, waar Jurgenson zijn schilder en vocale studies voortzette en ging daarna verder studeren in Berlijn, waar hij een leerling was van de Joodse bassist Tito Scipa. Toen Scipa in 1932 naar Palestina vluchtte vergezelde Jürgenson hem. Hij studeerde daar zes jaar en begon daar een vrij succesvolle carrière als schilder en operazanger.

In 1938 verliet Jürgenson Palestina en ging naar Milaan waar hij zich verder vormde en als zanger optrad. Toen hij zijn ouders bezocht in 1943 werd hij ziek en het vochtige koude weer kwetste zijn stem. Dat was de reden dat hij zijn professionele carrière als zanger opgaf en zich concentreerde op de schilderkunst. Hij schilderde bij voorkeur portretten, landschappen en stillevens. Vanwege de Tweede Wereldoorlog ging hij naar het neutrale Zweden, woonde in Stockholm waar hij trouwde met zijn vrouw Monica en werd hij Zweeds staatsburger.

In Zweden maakte de getalenteerde Jürgenson zich de Zweedse taal eigen, zijn 10e spreektaal. Tijdens de volgende jaren schilderde hij portretten van welgestelde Zweden en Stockholmse landschappen. In 1949 schetste hij de opgravingen in Pompeii en overtuigde hiermee zelfs de Heilige Stoel van zijn talent en kreeg het aanbod om de archeologische opgravingen in de buurt van Vaticaanstad te documenteren. Het volgende jaar ging hij naar Rome en schilderde vier maanden in vochtige grotten en kreeg een longontsteking. De artsen van het Vaticaan genazen hem. Toen Paus Pius XII het werk van Jürgenson zag vroeg hij Jürgenson om hem te portretteren.

In 1957 kocht Jürgenson een bandrecorder om zijn gezang op te nemen, waarop hij een eigenaardig geruis en telepathische boodschappen waarnam, die hij toeschreef aan zijn artistieke gevoeligheid. Het volgende jaar had hij zijn eerste grote kunsttentoonstelling in Pompeii, maar ging na zijn terugkeer naar Stockholm verder met zijn telepathische experimenten. Later meldde hij in het voorjaar van 1959 een boodschap vanuit de ruimte te hebben ontvangen. Hij probeerde deze berichten te documenteren op tape.

In de volgende jaren ging Jürgenson verder met zijn experimenten om deze boodschappen en stemmen op tape te documenteren (Electronic Voice Phenomenon, EVP). Terwijl hij aanvankelijk dacht dat deze stemmen uit de ruimte kwamen, was hij er later zeker van de stemmen van doden te horen, van de andere kant. Een bijzondere ervaring waarover hij later meldde, dat het volgende zijn leven volledig veranderde: Tijdens het beluisteren van opgenomen vogelgeluiden op band had hij de stem van zijn overleden moeder gehoord, die hem toegesproken had met zijn bijnaam: "Friedel, hoor je me? Mama is hier."

In 1964 publiceerde Jürgenson, die nu leefde in Mölnbo ten zuiden van Stockholm, een boek en gaf zijn eerste persconferentie. Internationale onderzoeksorganisaties en onderzoekers van het paranormale toonden grote belangstelling voor zijn onderzoek, met inbegrip van Friedbert Karger van het Max Planck Instituut voor Plasmafysica in Garching bij München, Hans Bender van de Albert-Ludwigs-Universität Freiburg, Amerikaanse bedrijven voor parapsychologie en individuen zoals Konstantin Raudive of het paar Claude en Ellen Thorlin, die hem bezochten in Zweden en ook begonnen met EVP onderzoek.

Jürgenson zette zijn experimenten voort, waarbij hij over de radioband draaide en vragen stelde, maar dit regelmatig onderbrak om onhoorbare antwoorden mogelijk te maken. Bij het afluisteren van de tape hoorde hij stemmen in verschillende talen zoals Zweeds, Duits, Russisch, Engels of Italiaans, alle talen die hij zelf beheerste. In het voorjaar van 1960 had hij gesproken aanwijzingen waargenomen om de radio te gebruiken als een medium. Deze methode gebruikte hij tot aan zijn dood: Hij combineerde microfoon, cassetterecorder en radio en meende zo "real-time gesprekken" met zijn "vrienden" te hebben. Na een aantal experimenten gebruikte hij alleen nog de ontvangstfrequenties tussen 1445 en 1500 kHz. De frequentie 1485 kHz wordt daarom tot de dag van vandaag de "Jürgenson-frequentie" genoemd.

In 1965 begon Jürgenson weer met schilderen, maar zijn voornaamste activiteit bleef de bandopnames. Op hetzelfde moment ging hij ook weer terug naar Pompeii. De Zweedse televisie financierde in 1966 een documentaire van Jürgenson over Pompeii - een culturele relikwie dat behouden moet blijven. In 1967 publiceerde het Hermann Bauer Verlag het boek "Sprechfunk mit Verstorbenen" over Jürgensons EVP onderzoek en in 1968 werden vier documentaires geproduceerd en zijn boek "Radio och Mikrofonkontakt med de Döda" gepubliceerd, dat pas in 1981 onder de titel "Sprechfunk mit Verstorbenen" in Duitsland werd uitgebracht.

In de jaren 70 ging Jürgenson verder met schilderen en het maken van bandopnames. Hij verhuisde van Mölnbo naar Höör in de zuidelijke Zweedse provincie Skåne. Hij bleef meestal thuis en reisde nog maar zelden naar Italië, waar hij gesprekken voerde over de oprichting van een onderzoeksinstituut voor EVP. In 1978 gaf hij zijn derde persconferentie en gaf vele lezingen. Op dat moment voorspelde hij dat de mensheid al snel in staat zou zijn om boodschappen te ontvangen op de televisie. Hij gaf zijn werk de naam "Audioscopic Research". De Duitse versie van zijn boek "Radio och Mickrofonkontakt med de Döda" werd vertaald in 1980 in het Nederlands, Italiaans en Portugees. In 1985 gaf hij zijn laatste persconferentie, die ook landelijk werd uitgezonden.
Bij zijn dood in oktober 1987 liet Jürgenson enkele honderden tapes achter.

Bekijk hier de documentaire "Die Brücke zur Unsterblichkeit" over Friedrich Jürgenson (Chrome aanbevolen).

 

Een andere bekende bandstemopnemer was Konstantin Raudive (1909-1974), een psycholoog en docent aan de universiteit van Uppsala in Zweden. De bekendste Nederlandse bandstemopnemer op dit gebied was de in 2005 overleden Branton de Geus uit Den Haag. Een bekende naam uit het heden is onder andere Frans Schmidt-Gieskens uit Delft.